Vrijdagmiddag, we nemen het vliegtuig naar Guilin in de zuidelijke provincie Guangxi. ‘Mr. Tom’ staat er op het bordje dat de chauffeur vast heeft in de luchthaven. Hij brengt ons in een minibusje naar Ping’an. Niet de bank, maar een piepklein 600 jaar oud bergdorpje omgeven door schitterende rijstterrassen. De twee uur durende rit van Guilin naar Ping’an geeft al een voorsmaakje van wat we de komende vier dagen te zien zullen krijgen: schitterende natuur. En veel regen.

Minderheden en hun ‘coiffage’
Om Ping’an te bereiken moeten we het laatste stukje te voet afleggen. We passeren een soort poort waar tientallen vrouwen met een grote mand staan te wachten. Eén van deze vrouwen helpt ons om onze bagage naar boven te brengen, in de grote mand op haar rug.
De eerste tien minuten kunnen we de buggy nog gebruiken, maar nadat we een oude overdekte brug zijn gepasseerd, gaat ook die de mand in en volgen er nog twintig minuten natuurstenen trappen.
Ping’an ligt op ongeveer 800m hoogte en het is tegen de bergen de gebouwd. De huizen staan op houten of stenen palen langs de ene zijde en leunen langs de andere zijde tegen de berg aan. Straten zijn er eigenlijk niet. De donkere houten huizen zijn verbonden via smalle paadjes en trappen van natuursteen. Ze zijn amper een meter breed.
Rondom niets anders dan rijstterrassen. Voorlopig is de rijst nog niet groot. De rijstterrassen zijn omgetoverd in kleine vijvertjes die de hemel lijken te raken doordat alles erin weerspiegeld wordt. Het water loopt voortdurend van de hoger- naar de lagergelegen terrassen met een zacht klaterend geluid.
Naast een handvol toeristen lopen er vooral Zhuang-vrouwen en kinderen rond. Ze zijn een van de 55 minoriteiten in China (Han Chinezen maken 92% uit van de in totaal 56 etnische groepen in China) en zijn gekleed in kleurige bloesjes en zwarte rokken of broeken. Rond hun hoofd hebben ze een soort handdoek, waaronder hun heel lange haar in een wrong op hun voorhoofd ligt gedrapeerd.
Tijdens onze wandeling krijgen we nog andere minderheden te zien. De Yao bijvoorbeeld, die graag een demonstratie hoeveel tijd zij elke dag aan hun haar besteden. Verder ook de Miao en Dong, die met glinsterende kronen en kleurrijke jurken een oogverblindende indruk maken.
Vissen met aalscholvers
Een drie uur durende rit brengt ons vervolgens naar Yangshuo. Een toeristisch ‘backpackers’ oord met veel neonlicht. De stad zelf is niet super, maar de omgeving maakt alles méér dan goed.
De twee beste manieren om van al het natuurschoon te genieten; per boot en met de fiets, proberen we de volgende dagen uit. Samen met onze bezoekers Jeroen en Katrien varen we een stuk van de brede Li-rivier af met een bamboevlot.
Het regent pijpenstelen, maar dat maakt het tropisch groen begroeide karstberglandschap er alleen maar dramatischer en mysterieuzer op. In het pittoreske Xingping maken we een tussenstop voor we doorvaren naar een klein uitgestorven vissersdorp dat vooral bekend is geworden na het bezoek van Bill Clinton.
Op de terugweg stoppen we nog even voor een heuse aalscholvershow. Drie mannen in traditionele visserskledij tonen vanop hun bootjes hoe er vroeger werd gevist. Werd, inderdaad, vandaag gebeurt dat nog amper op die manier. Te weinig vis en te arbeidsintensief.
De mannen lijken wel op vogelverschrikkers met hun rieten mantels. De aalscholver krijgt een touwtje om de nek gebonden om de gevangen vis niet te kunnen doorslikken.
En om het de beesten wat makkelijker te maken wordt er vervolgens een gigantische levende vis in het water geworpen waarop de uitgehongerde vogels zich storten. Het touwtje is niet echt nodig, de vis is zo groot dat er wel twee a drie aalscholvers nodig zijn om de vis aan boord te hijsen.
De laatste twee dagen huren we een fiets om de omgeving van Yangshuo te verkennen. De normaal 1-uur durende tocht loopt uit tot een 5-uur durende tocht door het adembenemend mooie platteland rond Yangshuo. De onverharde weg is herschapen tot een grote modderpoel vol diepe putten. Stapvoets rijden we verder, maar een paar uitschuivers zijn toch niet te vermijden…
Jeroen en Katrien hebben de moed om ook de terugweg met de fiets af te leggen. Wij kiezen ervoor om met een bamboevlot het grootste stuk via de Yulong-rivier af te leggen.
Met de fietsen achter op het vlot geladen, loodst de bootman ons behendig over een paar stuwdammetjes. Onderweg is het puur genieten van de stilte en de karstbergen. We kunnen de schoonheid niet vatten. Zelfs de foto’s geven nog niet half weer wat we in het echt hebben gezien!
Popularity: 87% [?]











