We zijn al enkele weken terug van Japan, maar jullie hebben nog steeds onze persoonlijke top 10 te goed. Bij deze! (bekijk de foto’s erbij en je hebt een volledig beeld van deze prachtige reis)
1. De Japanse Alpen
Via Nagoya nemen we de trein naar Takayama in het noorden. Takayama heeft een authentiek centrum met kleine donkere houten huisjes. De deuren worden afgeschermd met een half gordijn. We gaan er naar een poppenspel kijken met oude mechanische poppen. Eline geniet. Vanuit Takayama maken we een daguitstap naar Kamikochi. Een uurtje op de bus brengt ons in een schitterend berglandschap. Het is weekend en de Japanners zijn fervente bergwandelaars, dus het is druk. We kiezen voor de 3-uur durende wandeling, met het doel om over vier uur terug aan het beginpunt te zijn. De vele apen die we ondertussen tegenkomen maken dat we af en toe toch even stil blijven staan om van hun streken te genieten. Het landschap is adembenemend, de lucht zuiver, de blaren herfstig.Rust. Halverwege de wandeling nemen we een pauze in een grote berghut. Er worden visjes gevangen in de nabijgelegen vijver. De visser mept ze dood en steekt ze op een houten spiesje. Een veertigtal visjes worden zo rond een groot vuur binnen in de berghut gezet. We verwarmen ons aan het vuur en genieten van een thee en wat ramen-noedels. Een visje gaat er uiteraard met smaak in. Als we terug aan het beginpunt zijn schemert het al. Halverwege de terugweg moeten we overstappen op een andere bus. In het dorpje waar we overstappen komt er damp uit de riolen. Zoals op vele andere plekken in Japan beschikt het dorp over onsen (warmwaterbronnen). Aan sommige winkeltjes staat buiten een kraantje waar heet water uitloopt. Om te tonen hoe heet, ligt er een mandje met eitjes in het water. Een met bronwater gekookt ei.
2. Shinkansen en andere treinen
Als je Japan wil zien moet je de trein op. In China hebben we daarvoor een JR-pass, een Japan Railpass gekocht. Zeker niet goedkoop, maar wel de moeite. Met de supersnelle Shinkansen-trein zien we op 17 dagen een groot deel van Japan. De treinen rijden tegen 300km/u en zijn naast supersnel ook superveilig (in de voorbije 30 jaar geen slachtoffers). Net zoals de ‘gewone’ treinen, rijden de Shinkansen stipt tot op de seconde. De NMBS kan er een voorbeeld aan nemen. Op het ticket staat de nummer van de wagon en het zetelnummer. Op het perron staat iedereen netjes in de rij te wachten bij het juiste nummer. De trein glijdt exact op tijd aan en de trein stop precies waar die moet stoppen. De nummer van de deur en die op het perron komen overeen. Ondertussen geen muzak door de luidsprekers maar gekwetter van vogeltjes. Kwestie van iedereen ‘zen’ in en uit te laten stappen.
Op de trein is het rustig. Enkel Eline die op het gangpad heen en weer crosset verstoort de rust. In tegenstelling tot op de metro wordt hier wel gegeten. De meeste mensen hebben in het station een ‘Bento’ gekocht. Een soort mooi versierde kartonnen of houten brooddoos gevuld met sushi of met rijstballetjes met vis of tofu. Voor wie niet tijdig aan eten is geraakt rijdt een bediende met een karretje eten door de trein. Telkens wanneer die de wagon verlaat draait die zich om en maakt een beleefde buiging naar de passagiers.
3. Geisha spotten in Gion (Kyoto)
Er zijn zo van die typische clichés die je moet zien of doen als je ergens op reis bent. België bezoek je toch ook niet zonder frieten en chocola te eten? Wat Japan betreft zijn dat dus de Geisha’s en maiko (leerling Geisha’s). De wijk Gion ligt rond een grote drukke chique winkelstraat. Links en rechts van de drukke as liggen nog traditionele straten met 17e eeuwse houten restaurantjes en theehuizen. Tussen half zeven en acht ’s avonds is de kans vrij groot dat je er Geisha’s ziet op weg naar hun afspraak. Maar we zijn wat laat. We lopen er al klein een uurtje rond en hebben er ons al teleurgesteld bij neergelegd dat we geen Geisha zullen zien. Tot plots links voor ons de deur opengaat en er belletjesgetinkel weerklinkt. Elegant loopt er een Geisha de straat op. Ze loopt op houten blokjes. Kaarsrecht, prachtig gesminkt en gekapt. Haar haar is met bloemen en belletjes opgestoken en laat een witgesminkte nek zien. In haar handen draagt ze een stoffen tasje. Een subliem kostuum. Zonder haar gezicht te veroeren wandelt ze voor ons uit en gaat ze even verder een restaurant binnen. Weg getinkel, weg betovering.
Er zouden in heel Japan minder dan 1000 Geisha’s en Maiko’s zijn. In Kyoto nog ongeveer 100 Geisha’s en 80 Maiko’s. Volgens onze reisgids kost een avondje met twee of drie Geisha’s makkelijk 3000$. Voor dat geld kan je het volgende verwachten: zang en dans, opdragen van gedichten en spelen op de shamisen (een instrument met 3 snaren). Verder entertainen ze tijdens de maaltijd. Maar niemand die kan/wil vertellen tot waar dat ‘entertainment’ dan gaat…
4. Japans eten
Toegegeven, één van de redenen waarom we naar Japan reizen is om sushi en sashimi te eten! Heerlijk! Verse rauwe vis en rijst gewikkeld in zeewier. Maar ook koude en warme grijsgroene ramen (Japanse noedels) kunnen ons bekoren. Meestal missen we wel wat groenten (die worden in Japan vervangen door zeewier) en de porties zijn soms wel klein…
5. Mensen kijken in Tokyo
Japanners zijn gewoonweg fascinerend om naar te kijken. Niet allemaal natuurlijk, maar nergens hebben we zo’n ‘aanbod’ gehad aan anders geklede mensen. Aan het Shinjuku sation, met 740.000 passagiers per dag het drukste station ter wereld, zien we zowel vrouwen in prachtige traditionele kimono’s als fashion victims als jongeren die zich kleden als gothloli (mix van gothic en lolita), hime gal (weelderige krullen en princessejurken), centre guy (zwart spannend maatpak en extreem lange puntschoenen),…You name it, we saw it!
6. Bamboo wandeling in Kyoto
Tokyo mag dan de hoofdstad van Japan zijn, maar Kyoto, een van de vorige hoofdsteden, is op cultureel vlak the place to be. In en rond de stad liggen 1600 tempels en 400 Shinto schrijnen. Kyoto heeft 17 sites die als werelderfgoed zijn geklasseerd. Een ‘must see’ dus! Een van de spectaculairste sites die we bezoeken is het Fushimi-Inari schrijn, opgericht in de 8e eeuw om de goden van sake en rijst te aanbidden. Er staan honderden torii zo dicht tegen elkaar opgesteld dat het tunnels vormen. In de namiddag gaan we naar Arashiyama in het westen van de stad. In Arashiyama worden de tempels en schrijnen omringd door een prachtig bamboobos. Het licht krijgt hier bijna een groene schijn. De tempels en de omgeving zijn sprookjesachtig. Bemoste ondergrond, kromme oude bomen en daarrond een ondoordringbaar bamboowoud. We drinken groene thee in een eeuwenoud theehuis en keren terug langs de nabijgelegen rivier. De zon zakt en op de rivier glijden een paar mooie boten voorbij. Love is in the air.
7. Japan: proper, georganiseerd en beleefd!
Nergens staan er vuilbakken en toch ligt er geen papiertje op de grond. Waar dat vuilnis dan naartoe gaat? In de rugzak mee naar huis zeker? Er wordt niet gespuwd, geroepen of geduwd. Toiletten, ook openbare, zijn altijd spik-en-span én er is altijd wc-papier! In hotels en restaurants zijn de toiletten een ware attractie, want voorzien van een technische installatie om de bril te verwarmen (lauw of lekker warm naar keuze) en het sproeisysteem te bedienen ( harde straal, zachte straal…). En mocht het niet vanzelf lukken, dan helpt het geluid van het klaterende water uit de geluidsbox naast de pot wel. In een winkel zagen we een handig babyzitje in de hoek van het toilet geïnstalleerd. Kwestie van zelf op t gemak naar ‘t gemak te kunnen! Eline teste het met plezier allemaal uit.
Er wordt niet voorbijgestoken als er rijen zijn. Het is bijna ongelooflijk dat Japan China ooit als voorbeeld heeft genomen. Overal rondom ons wordt er gebogen en geknikt. Zelf in de Japanse taal zijn er verschillende uitdrukkingen naargelang de status van de gesprekspartner.
Het kan niet anders of deze extreme zelfcontrole moet een tegenkant hebben. Naar schatting 1 miljoen jongeren komen in Japan nooit uit hun kamer. Ze leven via hun pc in een virtuele wereld. Ook het aantal zelfmoorden is nergens zo hoog als in Japan. De druk in Japan is enorm hoog. Reeds van jongs af moet er hard gestudeerd worden om later een goede job te krijgen. Wat de mannen betreft tenminste. Vrouwen staan nog steeds onder een grote sociale druk om te huwen en daarna thuis voor de kinderen te zorgen. De loonkloof tussen mannen en vrouwen is ook nergens zo groot als in Japan.
Ik had meer nog dan in China het gevoel dat de Japanse maatschappij er een is van enorme tegenstellingen tussen traditie en vooruitgang. Een vrouw in een traditionele kimono met een I-Phone zit er in de metro naast een schoolmeisje met een ultrakort rokje. Over die metro’s (en korte rokjes) nog even dit. In Japan hebben de metro’s afzonderlijke wagons voorbehouden voor vrouwen, om handtastelijke mannen te vermijden.
8. Slapen in een ryokan
Ryokans zijn traditionele gastverblijven, “kabouterhuisjes’ volgens Eline. We slapen er op de grond op een tatami. De vensters zijn overdekt met rijstpapier en laten zo een prachtig gefilterd licht door. En ’s morgen wacht ons een Japans ontbijt: rijst, vis, zeewier, thee en misosoep. De badkamer is meestal gedeeld met de andere gasten en bevat een groot of klein met heet water gevuld bad. Eerst douchen en dan relaxen in het hete bad. Je warmt er helemaal van op. En dat is wel nodig want zonder verwarming zijn de slecht geisoleerde ryokans in het noorden wel erg kil ’s avonds.
9.Hiroshima
De stad op zich is niet echt de moeite waard, maar het Peace park heeft toch een grote indruk gemaakt. Het park is opgericht ter nagedachtenis van de atoombom die op 6 augustus op Hiroshima is gedropt. Het museum en de ruïne in het peacepark hebben ook op Eline de grootste indruk gemaakt. Toch ongelooflijk hoe de stad heropgebouwd is na die bom. Eigenlijk merk je er niets meer van.
Vanuit Hiroshima nemen we de overzetboot naar Miyajima, een eiland vlakbij. Tot een jaar geleden was het kleine heilige eiland enkel toegankelijk voor geestelijken, waardoor het relatief ongerept is gebleven. Een hele voormiddag sleuren met de buggy leidt ons naar de top van de 530m hoge “Misen’-berg. Op weg naar boven passeren we een van de lievelingstempels van de Dalai Lama. En eens boven hebben we een prachtig zicht op de rood-oranje schrijnpoort aan de voet van het eiland. Deze poort hoort bij Itsukushima-jinja tempel. De tempel en de poort staan bij vloed in het water. Erg fotogeniek! Om naar beneden te gaan nemen we de kabellift. Vanuit de lift genieten van het ongerepte oerwoud onder ons. Verder loopt het eiland vol tamme maar vraatzuchtige herten. We overleven nipt een aanval op de zak met broodjes in de buggy…
10. Wat we gemist hebben
De hele trip was een absolute topper! Als tijd en budget het ooit nog eens toelaten gaan we vast en zeker nog eens terug. Naar Hokkaido in het noorden bijvoorbeeld, of de tropische eilanden in het zuiden. De enorme verse vismarkt en de sumo worstelaars in Tokyo hebben we nog niet gezien. Alvast twee redenen om terug te keren.
Popularity: 8% [?]