Een lachende beursmakelaar siert vandaag de voorpagina van een Chinese staatskrant. Nu de rook stilaan optrekt op de beurs, is het tijd om de wonden te likken en de schade op te meten. Ook in China. Op het eerste zicht lijkt de Chinese economie niet zwaar gehavend door de internationale crisis, maar ze blijkt minder immuun dan gedacht.
In China geen banken die failliet gaan, geen aandeelhouders die hun geld kwijt zijn, geen overheid die de banken moet opkopen. De banken zíjn er gewoon de overheid.
Het gedrag van de Chinese consument verschilt nog steeds van de Europese of Amerikaanse consument. Chinezen houden van cash en zijn grote spaarders. Ook al geven ze de laatste jaren steeds meer uit, ze potten hun geld nog altijd liever op. Thuis onder de matras, of bij één van de zeven staatsbanken.
Ze hebben zich niet laten verleiden door aantrekkelijke aankopen op krediet, want dat is nog niet ingeburgerd in China. Van de 800 miljoen bankkaarten die in omloop zijn, is amper 4 % een kredietkaart.
Een lening krijgen bij een Chinese bank is niet eenvoudig. Daarom lenen Chinezen eerder geld bij familieleden, bij vrienden. Zelfs bedrijven doen het. Het is een oude traditie die ingebakken zit in de cultuur.

Voorzichtige internationale stapjes
Chinese banken lopen dus weinig risico’s. Ze nemen er ook weinig. Ondanks recente hervormingen blijft het banksysteem in China heel gesloten en conservatief. Privé-banken worden bijvoorbeeld maar met mondjesmaat toegelaten.
De voorbije jaren was weliswaar een voorzichtige kentering merkbaar. Chinese banken en verzekeraars waagden zich met voorzichtige pasjes op de buitenlandse financiële markt, waar de zucht naar grotere winsten volop heerste.
De Chinezen werden met gretige armen ontvangen en investeerden in verschillende buitenlandse instellingen. Denk maar aan verzekeraar Ping An die zich inkocht in Fortis. Bij Ping An zitten ze nu met een financiële kater. Een kleintje weliswaar, maar voldoende groot om al wekenlang een interview te weigeren met de Belgische televisie.
Een typerende voorzichtigheid drijft de Chinese overheid al jaren naar de Amerikaanse schatkist. Chinees spaargeld werd massaal belegd in schatkistobligaties, waardoor China de tweede grootste reserve in dollars ter wereld bezit. China werd dus geleidelijk eigenaar van de Amerikaanse schuld.
Het was een geschenk uit de hemel voor de Amerikanen : zij konden hun huizen, auto’s en yachtboten kopen op rekening van de Chinese kredietkaart. De VS voelen zich daar nu ongemakkelijk bij : beide presidentskandidaten lieten in verkiezingsdebatten al uitschijnen dat de VS bij China voor miljarden dollars in het krijt staan.
China bezit nu een machtig wapen tegen de VS. In de Chinese media gaan steeds luider stemmen om te stoppen met investeren in Amerikaanse schuld en de obligaties te verkopen. Dat zou de Amerikaanse economie volledig in de afgrond storten. Maar het ziet er niet naar uit dat Peking Washington voor het blok wil plaatsen, want een financiële koude oorlog treft ook de eigen economie.

Eigen koopkracht verhogen
De gevolgen van de financiële crisis zijn het sterkst voelbaar in de exportmarkt van China. De belangrijkste klanten zoals de VS en Europa (goed voor 40% van de Chinese export) moeten de broeksriem aanhalen, wat meteen weerslag heeft op de productie in China. De winstmarges zijn al gedaald met meer dan 50 %. Enkele kledingfabrieken in het zuiden van China hebben al aangekondigd dat ze tijdelijk de deuren zullen moeten sluiten als het zo verdergaat.
De Chinese overheid beseft dat de sterke exportgedreven economie haar zwakke plek is. Ze wil nu in versneld tempo de interne markt ontwikkelen en de binnenlandse koopkracht verhogen om onafhankelijker te zijn van de rest van de wereld.
Eerder deze week maakte de Communistische Partij van China een belangrijk plan kenbaar gemaakt dat hierbij moet helpen : tegen 2020 moet het inkomen van 750 miljoen boeren verdubbeld worden, da’s zowat de helft van de Chinese bevolking.
Er gaapt een enorme inkomenskloof tussen het Chinese platteland en de stad. Vandaag verdient een boer gemiddeld 420 euro per jaar. Een stedeling verdient bijna 3,5 keer meer.
De boeren zouden met het nieuwe plan het recht krijgen om zelf te beslissen wat ze met hun landbouwgrond doen. Die blijft eigendom van de staat, maar ze mogen die grond ‘gebruiken’ voor 70 jaar, in plaats van voor 30 jaar zoals nu het geval is. Concreet betekent het dat boeren de grond kunnen verhuren en zelfs verkopen aan industriële landbouwbedrijven.
De Chinese overheid hoopt hiermee verschillende vliegen in één klap te slaan : de boeren kunnen meer uitgeven, waardoor de interne markt aangezwengeld wordt. Rijkere boeren zijn ook minder opstandige boeren, dus vermindert de sociale onrust in het Chinese binnenland. Grotere landbouwbedrijven zorgen voor een meer efficiënte eigen voedselproductie. De snel groeiende stedelijke bevolking kan hierdoor gevoed worden en China wordt minder afhankelijk van de voedselproductie in de rest van de wereld.

Experts noemen dit plan even revolutionair als het hervormingsplan van Deng Xiaoping in 1978 om China open te stellen voor de buitenwereld. De Chinese economie groeide hierdoor de voorbije jaren onafgebroken met meer dan 10 %. Die groei kan niet blijven duren : voor de komende jaren worden steeds lagere groeicijfers voorspeld.
“Onze belangrijkste bijdrage aan de wereldeconomie is te blijven zorgen voor een stabiele groei van onze eigen economie. “, liet premier Wen Jiaobao verstaan. Nu China de hete adem van een wereldwijde recessie steeds duidelijker in de nek voelt, wil het vooral zichzelf beschermen.
Popularity: 10% [?]