Chinese sneltrein op rijstwijn

Posted by tom On September - 7 - 2010ADD COMMENTS

Aflevering 3 van het Tibet dagboek

Zo’n persreis begeleid door de Chinese overheid blijkt ook voordelen te hebben. Neem nu het Potala paleis, waar tot 1959 de dalai lama’s tijdens de winter vertoefden. Het icoon van Tibet is een van de eerste wolkenkrabbers ter wereld. Maar eventjes 13 verdiepingen hoog en zonder lift. Beklim dat maar eens op 3.700 meter hoogte, terwijl je al zonder adem zit.

Maar voor ons China-correspondenten is op deze trip werkelijk aan alles gedacht. In een busje worden we via een zijpoort helemaal tot boven gebracht en netjes aan de ingang afgezet. Onderweg alleen maar vriendelijke soldaten van het Volksbevrijdingsleger die ons begroeten. En terwijl ik zie hoe toeristen uitgeput aan hun rondleiding beginnen, mogen wij fris en monter de uitleg van de directeur van het Potala aanhoren.

Qiangba Gesang is een Tibetaan met een Elvis-kapsel. 30 jaar lang projecteerde hij films in Lhasa, vooraleer hij het tot directeur van het Potala schopte. Nu is hij vooral belast met de renovatie van het Potala. “600.000 bezoekers per jaar jaar krijgen we hier over de vloer”, zegt hij niet zonder enige fierheid. “Dubbel zoveel als voor de aanleg van de Lhasa Express, de hoogste spoorlijn ter wereld van het Chinese binnenland naar Tibet.”

Maar meer bezoekers betekent meer schade aan de kwetsbare leem- en houtstructuur van het Potala, met fundamenten uit de 7e eeuw, geeft directeur Gesang toe. “Daarom renoveren we het Potala permanent. Een werk van lange adem”, zucht hij, terwijl hij zijn haar goed legt. “Maar het heeft ook zijn voordelen: het gebeurt nog altijd dat we nieuwe kamertjes ontdekken.”

“Kom, haast u”

Op de binnenkoer van het Potala houdt een soldaat van het Volksbevrijdingsleger stokstijf de wacht. Chinese toeristen met een Tibetaanse cowboyhoed maken giechelend met hun vingers het V-teken. Ik blijf verbaasd kijken naar de originele foto’s die ik hen zie nemen. Iets verderop weerklinkt gezang van Tibetaanse arbeidsters. Met rythmische slagen renoveren ze het dak van een zijgebouw van het Potala.

“Of mijnheer de directeur denkt dat het Potala ooit opnieuw door een dalai lama bewoond zal mogen worden?”, wil ik weten. “Daar kan ik niet op antwoorden, dat is politiek.” zegt hij. “Kom, haast u. Geen vragen meer, we hebben niet veel tijd.” We worden door de ene schatkamer na de andere geloodst. Kaarsen verlichten de donker zalen, hier en daar fonkelt goud van de Boeddha-beelden. Alles ademt hier een geweldig rijke geschiedenis uit.

Maar tijd om het te laten bezinken is er niet, we moeten mee met de stroom. Soldaten staan verspreid in het gebouw op strategische plaatsen en manen ons aan. Foto’s maken is officieel verboden. “Dit is de mooiste plek van ons moederland”, vertrouwt een dame uit Peking me toe, terwijl haar gids via een luidsprekertje de rest van een groepje toeristen toespreekt. “Eigenlijk ben ik jaloers op de schoonheid van de Tibetaanse cultuur.”

Een monnik klampt me aan. “Hello sir… please come.” Hij spreekt enkele woorden Engels. Het lijkt wel of hij me iets wil vertellen. Maar dan laat hij me plots los, hij kijkt weg en gaat verder met het lezen van zijn boek. Twee soldaten wandelen voorbij en kijken even om.

Na nog geen half uur staan we weer buiten. Uitgeput van het gejaag. Onze waakhonden doen zenuwachtig, we zijn al te laat voor de volgende afspraak. Met onze escorte vliegen we door Lhasa, omdat we de gloednieuwe campus van Lhasa Universiteit moeten bewonderen.

Trompetgeschal

Een rondleiding van 20 minuten en we staan alweer aan de bus. Tijd om met Tibetaanse studenten te praten, was er niet. Samen met de cameraman van Reuters probeer ik onze Chinese hoofdbegeleider voorzichtig duidelijk te maken dat we voor televisie iets meer tijd nodig hebben als we een beeldverhaal willen brengen. “Jij bepaalt onze agenda niet! In de bus!”, snauwt hij me met opgestoken vinger toe. Ik schrik me rot.

En zo zal het ook de rest van de dag verlopen. Van het ene succesverhaal naar het andere. We krijgen onder meer een modeldorp te zien waar nomaden en boeren nieuwe huizen hebben gekregen van de Chinese overheid. “Want het is toch iets comfortabeler dan leven in tent, zoals de Tibetaanse nomaden eeuwenlang gedaan hebben”, klinkt het uit de mond van het dorpshoofd annex partijlid.

Een bewoonster wil me de binnenkant van haar huis tonen. Ook het schrijn waar ze elke dag komt bidden. Overal hangen foto’s van Tibetaanse geestelijken, maar niet van de huidige dalai lama. “Waarom niet?”, wil ik weten. De camera draait. Er verschijnt even een glimlach op haar gezicht, ze lijkt opgelucht dat we het daarover kunnen hebben. “Het is verboden”, zucht ze. “Ze laten het niet toe dat we hem vereren, en …” De vrouw wil meer vertellen. Maar alsof de muren oren hebben, komt op dat moment een Chinese begeleider de bidkamer binnengestormd. “Vooruit, we moeten verder. De groep wacht op jullie!” De vrouw schrikt op, wij ook. We lopen achter de man aan. Hup, bus in.

Na de lunch gaat de sneltrein verder. Letterlijk. De volgende halte is het nagelnieuwe treinstation (foto links) waar de Lhasa Express aankomt. De loftrompetten van vooruitgang en ontwikkeling klinken steeds luider. Van de spoorlijn gaat het naar het Lalu moerasland in Lhasa. “Een staaltje van milieubeheer onder impuls van de Chinese regering, de groene long van Lhasa.” Hiermee wil de Chinese overheid de kritiek weerleggen dat China niet zorgvuldig zou omgaan met het kwetsbare ecologisch systeem van Tibet.

Rijstwijn

Een hele dag lang kan alles niet snel genoeg gaan, maar nu rijdt onze bus aan een slakkengangetje van 20 km/u door Lhasa. Blijkbaar zitten we voor op schema. Of het moet zijn dat onze volgende gastheer te laat is. We krijgen een interview met de vice-partijsecretaris van de Communistische Partij, Hao Peng, de nummer twee van Tibet.

Anderhalf uur lang hebben we een naar Chinese normen zeer open gesprek met de nummer twee van Tibet. Een pingpongspel van venijnige vragen en vaak voorspelbare antwoorden. “Alle Tibetanen houden van de Communistische Partij en van ons land”, zegt Hao Peng zonder aarzelen. Het gaat onder meer over de dalai lama (”Wij vertrouwen die man niet.”), de militaire aanwezigheid (”Nodig om stabiliteit en veiligheid te garanderen”) en de instroom in Tibet van de Han-Chinezen (”Wij houden hierover geen statistieken bij.”)

Een buffet met overheidsmensen en enkele rondjes “gambei” rijstwijn later moet ik tot de vaststelling komen dat we er vandaag alweer niet in geslaagd zijn om met de gewone Tibetaan te praten. Mijn cameraman en ik zijn te moe om vanavond een nieuwe ontsnappingspoging richting binnenstad te ondernemen.
Morgenvroeg proberen we het nog een keer. We moeten wel, als we journalistiek iets meer dan Chinees trompetgeschal willen laten horen.

Popularity: 1% [?]

Verslag uit Tibet

Posted by tom On September - 6 - 2010ADD COMMENTS

Popularity: 2% [?]

“Vlaamse tv, welkom in Lhasa”

Posted by tom On September - 6 - 201011 COMMENTS

Aflevering twee van het Tibet dagboek

Na een vlucht van vier uur met een tussenstop in Chengdu landen we met het groepje buitenlandse journalisten en begeleiders in Lhasa. De lucht is hier voelbaar ijl. Ik trap op mijn adem. Op 3700 meter hoogte is Lhasa een van de hoogste steden ter wereld. “Heb jij ook Diamox geslikt?” vraagt een journalist van Reuters mij. Pilletjes tegen de hoogteziekte. Ik schud het hoofd. Zonder doktersvoorschrift niet te verkrijgen in Peking. En het Chinese alternatief vertrouw ik niet.

Tibet is al lang niet meer onbevlekt

In de aankomsthal op de luchthaven van Lhasa komt een Chinese official me een witte zijden sjaal over mijn schouders leggen. Een typisch Tibetaans verwelkomingsritueel. “Folanmang dianshitai, huanying lai Lhasa.” Chinees voor “Vlaamse tv, welkom in Lhasa”.

Begeleid door een politiewagen met zwaailichten vertrekt onze kolonne - twee grote bussen en enkele witte jeeps. We begeven ons door een indrukwekkend landschap op weg naar het centrum van de stad. Meteen valt op dat ook Tibet ten prooi is gevallen aan de visuele vervuiling die je overal in China ziet opduiken: gigantische reclamepanelen voor China Mobile en andere grote Chinese merken, straatverlichting met reclame, etc. Het lijkt te kloppen: Tibet is al lang niet meer “onbevlekt”.

We passeren enkele militaire checkpoints met soldaten die schuilen onder parasolletjes. De zon brandt op deze hoogte genadeloos. De tocht naar de stad verloopt moeizaam. We moeten voorbij een ellenlange kolonne met legervoertuigen, en dat duurt. Het kakigroen overheerst hier voorlopig.

Ik zie een indrukwekkend industrieterrein dat volgens een begeleider de nieuwe ontwikkelingszone rond Lhasa moet vormen. Vooral Han-Chinezen lopen hier op straat. Kranen en bulldozers in actie. Hier en daar verrijzen appartementsblokken - zoals in elke Chinese stad slaat de bouwwoede toe. Enig verschil: hier zie je enkele traditionele Tibetaanse stijlkenmerken in de architectuur. Veel rood en wit.

Tibetaans Bokrijk

De bus dropt ons na een uurtje sightseeing in het Lhasa Hotel waar we de komende dagen zullen verblijven. Het favoriete hotel van de communistische partij. Ooit de Holiday Inn, maar de licentie was verlopen. Op de kamer een bundeltje met onmisbare informatie: het verslag van de Tibetconferentie van de Communistische Partij afgelopen voorjaar, het verslag van het 5-jarenplan voor Tibet, en nog een bundeltje met cijfermateriaal over de groei van Tibet.

De eerste plek waar we naartoe gebracht worden is een soort Tibetaans Bokrijk. Een reservaat waar Tibetanen hun traditionele dansen en liedjes ten berde brengen in kleurrijke klederdracht. We leren er over de verschillende soorten Tibetaans schrift, en krijgen nadien een buffet aangeboden, opgeluisterd door dansende Tibetanen.

Onderweg komen we enkele groepjes jonge Tibetanen tegen. Ze liggen op het gras met elk een grote fles Lhasa bier aan hun mond, terwijl ze een Tibetaans gezelschapspelletje spelen. Op hun hoofd allemaal een veel te grote baseball pet. De ene ziet er al meer dronken uit dan de andere. “Niet filmen, aub”, gebiedt een Chinese begeleider.

“Zijn jullie niet moe?”

Net voor valavond worden we weer in het hotel afgeleverd. “Of we nu vrij zijn om zelf de stad in te trekken?”, vraag ik aan de Chinese verbindingsofficier die mij is toegewezen. Hij moet het even vragen. Maar ik merk aan zijn reactie dat hij die vraag niet verwacht had. “Zijn jullie niet te moe? Morgen wordt het een zware dag.” We proberen te blaken van gezondheid.

Even later komt hij terug. “Jullie moeten even wachten. Er komt een dokter die jullie zal controleren of jullie niet hoogteziek zijn.” Hilariteit alom. De vertragingsmanoeuvers zijn ingezet. Buitenlandse journalisten die Lhasa overspoelen, het is een Chinese nachtmerrie. Na een tiental minuten wachten trapt een eerste groepje journalisten het af. Met een taxi gaan ze het centrum in.

“Komt die dokter nog?”, vraag ik. Hij blijkt spoorloos te zijn. Intussen is het bijna donker. Niet super voor de beelden die we nog wilden draaien. We maken aanstalten om ook te vertrekken, en krijgen plots een van de begeleidende jeeps met chauffeur aangeboden om ons naar het centrum te brengen. “Een paar beelden, en dan komen jullie weer mee, afgesproken?” We lachen even, en stappen in.

De zon is al onder, er is nog een beetje licht. De spotlights op het Potala paleis, de vroegere verblijfplaats van de dalai lama, knipperen aan. Overdonderend mooi. Na vijf minuten maakt onze begeleider aanstalten, maar we maken duidelijk dat we nog veel werk hebben en dat we wel op eigen houtje kunnen terugkeren naar het Lhasa Hotel. Wanhoop verschijnt op zijn gezicht. We verdwijnen in de anonieme massa op het plein voor het Potala, goed wetend dat we in de gaten gehouden worden.

Je kan op het plein amper iets tegen elkaar zeggen: uit de luidsprekers weerklinkt luide Chinese hoempapa schlagermuziek, karaokehitjes en vaderlandslievende gedreun. Geen hemelse Tibetaanse gezangen. Een klank en lichtspektakel in een fontein voor een typisch communistisch monument. Er is geen groter contrast denkbaar met de magie die van dat Potala uitgaat.

Een pintje als afsluiter

Op weg naar het oude stadsgedeelte komen we een groepje Tibetaanse monniken tegen. Een van hen zou de broer van de dalai lama kunnen zijn: zelfde bril, kaalgeschoren, donkere wenkbrauwen en vooral een aanstekelijke lach. De camera draait met hen mee, maar een militair komt in het vizier. Hij loopt naar ons toe, geweer in de aanslag, en doet teken dat we moeten stoppen met filmen.

De oude wijk wordt streng bewaakt door militaire checkpoints. Hier zijn in maart 2008 de rellen begonnen, op het plein voor de Jokhang tempel. Net op het moment dat we opnieuw willen filmen worden we onderschept door onze waakhond, die versterking heeft ingeroepen van enkele collega’s. “Kom aub in de bus, iedereen wacht op jullie, het wordt een zware dag morgen.”

“Of het geoorloofd is om nog een pint te drinken om deze dag af te sluiten?” vragen we. Na veel tegenpruttelen stemt onze begeleider toe. We belanden in een Tibetaans café en bestellen een Lhasa-biertje. Rara, onze waakhond ook. Een ding lijkt nu al zeker: we zullen deze week in Tibet niet vergaan van de eenzaamheid.

Popularity: 9% [?]

Ik mocht van de Chinese overheid onlangs Tibet binnen als journalist. Vanaf morgen lopen in Het Journaal, Terzake en op Radio 1 mijn reportages over Tibet. Voor deredactie.be hield ik een dagboek bij over deze unieke trip, dit is de eerste aflevering.

Tibet. Dak van de wereld. Mysterieus, hemels, kleurrijk. In mijn geval : vooral onbereikbaar. Drie jaar lang heb ik langs alle mogelijke kanalen geprobeerd om het gebied “officieel” binnen te geraken. Maar telkens werd ik afgewezen en kreeg ik van de Chinese overheidsdiensten het antwoord : “Sorry, nu niet. Het is te druk. Stuur een fax.”potala-3

Sinds de gewelddadige rellen op het Tibetaans plateau in maart 2008, enkele maanden voor de Olympische Spelen in Peking, is Tibet nog meer gesloten dan voorheen. Buitenlandse journalisten geraken er enkel binnen als ze “geselecteerd” worden om deel te nemen aan een persreis georganiseerd door de Chinese overheid.

Elk jaar gaat er zo’n persreis door. Maar meestal is die weggelegd voor de grote omroepen en kranten van deze wereld. Kaliber CNN, BBC, Reuters en New York Times. VRT en het Vlaamse publiek lijken in Chinese ogen wellicht verwaarloosbaar klein.

Als toerist? Ja, zo lukt het ook om Tibet binnen te geraken. Behalve als in je paspoort Chinese stempels staan die je als journalist brandmerken. En laat mijn paspoort daar nu toevallig vol mee staan. O wee als ze je snappen, mocht je erin slagen om toch als journalist-toerist binnen te geraken.

Maar dan, iets meer dan een week geleden en een tiental faxen later. Op een moment dat dat laatste sprankeltje hoop op Tibet eerlijkheidshalve al ver gaan vliegen was: een verlossend telefoontje. “Dat VRT deze keer uitgekozen is om mee te gaan naar Tibet.” Zijn we het afgelopen jaar dan echt zo braaf geweest in onze berichtgeving over China?

Het wordt geen plezierreisje

Aanleiding van deze persreis is de tiende verjaardag van het “Grote Ontwikkelingsprogramma voor het Westen”. Iets waar de Chinezen graag mee uitpakken. Vooruitgang en ontwikkeling in achtergebleven gebieden zoals Tibet en Xinjiang. Gebieden waar China toevallig of niet nog steeds de meeste problemen heeft met de oorspronkelijke bewoners. Gebieden die voor China strategisch zeer belangrijk zijn, vol natuurlijke rijkdommen die de economische opmars moeten spijzen.

Ter voorbereiding van deze trip zijn we afgelopen woensdag al uitgenodigd op het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. Daar werden we door hoge functionarissen de les gespeld. “Jullie buitenlandse journalisten zijn onwetend. Maar we hopen dat jullie niet dezelfde fouten zullen maken die andere buitenlandse journalisten maken als ze berichten over Tibet.” We voelen ons na afloop behandeld als kleine kinderen.

Morgenvroeg om 7 uur moet ik met mijn cameraman op de luchthaven van Peking staan voor de vlucht naar Lhasa. “Stipt, aub. Air China desk.” Wie er nog bij zal zijn? BBC, CBS, Reuters, The New York Times en enkele Europese kranten. Plus de obligate Chinese waakhonden uiteraard, die ons tijdens de trip streng zullen begeleiden. Want voor wie er nog aan mocht twijfelen : deze unieke trip van vijf dagen door Tibet wordt geen plezierreisje.

Popularity: 5% [?]

China heeft voortaan eigen CNN

Posted by tom On July - 9 - 20101 COMMENT

Popularity: 19% [?]

Goudkoorts in China

Posted by tom On June - 26 - 2010ADD COMMENTS

Beluister hier de nieuwe Chinawatcher over het hoe en waarom Chinezen tegenwoordig zo gek zijn op alles wat goud is.

Popularity: 20% [?]

Twitter

    TAG CLOUD

    About Me

    Tom Van de Weghe werkt sinds 2000 als journalist voor de Vlaamse openbare omroep VRT. Eind 2007 is hij vanuit Gent richting Peking vertrokken om correspondent te worden in China en in het Verre Oosten. Hij woont er samen met partner Sofie, dochter Eline (2006) en zoon Arthur (2009, geboren in Peking). Op deze blog krijgt u een persoonlijke kijk op de gebeurtenissen en ervaringen in China.